• “Omvallers”, veroorzaakt door Botrytis paeoniae, zijn een hardnekkig probleem in de teelt van Pioenen. Een enquête onder Pioentelers heeft aangegeven dat verschillende teeltmaatregelen van invloed kunnen zijn op het voorkomen van omvallers. Om het aantal omvallers in de praktijk verder te beperken zijn in een praktijkproef enkele teeltmaatregelen nader onderzocht. Door het gewas half september en op 10 cm hoogte af te maaien kan het aantal omvallers beter beheersbaar worden gemaakt.
    In de enquête is gevraagd naar teeltmaatregelen die van invloed kunnen zijn op het voorkomen van een besmetting door Botrytis en op vermindering van de uitbreiding ervan. Maatregelen kunnen gericht zijn op het verwijderen van mogelijke besmettingsbronnen van de schimmel. Maatregelen kunnen ook gericht zijn op het vermijden van teeltomstandigheden waarbij aantasting van de plant door de schimmel in de hand gewerkt wordt. Omdat er over dit laatste in de praktijk verschillende ideeën bestaan, is dit in een meerjarige praktijkproef onderzocht. In deze praktijkproef zijn behandelingen aangelegd voor het tijdstip van afmaaien, de afmaaihoogte en het verwijderen van gewasresten.
    Het onderzoek is uitgevoerd op een praktijkbedrijf op een gewas ‘Sarah Bernhard’, waar besmetting aanwezig is. Hierop zijn behandelingen aangelegd met betrekking tot het afmaaien van het gewas. Naast maaihoogten van 0 en 10 cm zijn er maaitijdstippen aangehouden van half september en half oktober. Gewasresten zijn direct na afmaaien al of niet verwijderd.
    Een maaihoogte van het gewas van 10 cm vermindert het aantal omvallers gemiddeld met bijna 30% ten opzichte van het afmaaien op 0 cm. Kennelijk is het risico van inrotten van stengel tot op de neuzen van de plant groter wanneer erg kort, op 0 cm, wordt gemaaid.
    Vroeg afmaaien van het gewas, rond half september, vermindert het aantal omvallers per plant met gemiddeld 35% in vergelijking met afmaaien rond half oktober. In de periode na half september vindt onder invloed van nog hoge temperaturen en hoge vochtigheid extra sporenvorming plaats op het niet afgemaaide gewas. Overwintering van deze sporen en/of mycelium in de grond kan in het vroege voorjaar de infectiedruk voor Botrytis verhogen.
    Het verwijderen van gewasresten is in dit onderzoek niet van invloed geweest op het aantal omvallers.
    Met een jaarlijkse productie van circa 10 oogstbare takken per plant zijn de beproefde teelmaatregelen, ondanks het aantal omvallers, in deze proef niet van invloed geweest op de bloemproductie. Het is goed denkbaar dat in een minder productief gewas een vermindering van het aantal omvallers wél tot een hogere bloemproductie kan leiden.
    Resultaten uit dit onderzoek zijn breed toepasbaar, onafhankelijk van cultivar, grondsoort e.d..
    Om tot een complete beheersstrategie voor B. paeoniae in pioen te komen zijn maatregelen op verschillende onderdelen nodig:
    • Effectieve ontsmetting van het uitgangsmateriaal en bodem
    • Chemische bestrijding van Botrytis paeoniae in de praktijk waarbij zowel de bestrijding van de omvallers als de bestrijding van Botrytis in het bovengrondse gewas een rol speelt.
    • Juiste uitvoering van teeltmaatregelen zodat Botrytis kan worden beperkt.
    In 2006 heeft onderzoek laten zien dat een effectieve bestrijding van omvallers bij pioen met behulp van een aangietbehandeling met fungiciden goed mogelijk is. Het middel Collis heeft in dit onderzoek de beste bestrijding gegeven. Als onderdeel van chemische bestrijding van Botrytis is in 2006 en 2007 het effect van een waarschuwingsmodel bepaald. Hierover wordt in een later stadium gerapporteerd.

    0

or

Log in with your credentials

or    

Forgot your details?

or

Create Account